Laatste blog berichten
Actueel
Unable to display the feed

Blog

<< Terug naar de nieuwspagina

Gaat u met (een andere) auto van de zaak op vakantie?

Andere auto voor de vakantie, bijtelling en 500 km grens

Werknemers die in een auto van de zaak rijden, willen voor de vakantie wel eens aan de werkgever vragen of ze voor die periode een andere auto mogen gebruiken. Denk bijvoorbeeld aan de situatie dat er gebruik wordt gemaakt van een kleinere auto, maar voor de vakantie een station of SUV wel handig is. Of het geval dat men een elektrische auto rijdt, wat gezien de beschikbaarheid van oplaadmogelijkheden in het vakantieland toch niet zo handig is. Niet iedereen heeft hierbij de regels van de bijtellingsregeling altijd helder op het netvlies, wat voor onaangename verrassingen kan zorgen.

De bijtelling

Allereerst in het kort de hoofdregels van de bijtelling. Het autokostenforfait ofwel de bijtelling is van toepassing als een auto ten behoeve van werkzaamheden en ook voor privédoeleinden ter beschikking van de werknemer wordt gesteld. De bijtelling hoeft niet plaats te vinden voor werknemers, die met de auto op kalenderjaarbasis minder dan 500 kilometer privé rijden, waarbij woon-werkkilometers worden aangemerkt als zakelijke kilometers.

Andere auto voor vakantieperiode

Indien een werknemer voor de vakantieperiode een andere auto ter beschikking gesteld krijgt zijn er afhankelijk van de situatie verschillende uitwerkingen mogelijk. Laten we voor de eenvoud aannemen dat de vakantieauto voor de hele maand juli nodig is. De vraag is dan: of men de reguliere auto voor die maand bij de werkgever inlevert en dan voor die maand, zo is de gedachte, voor de reguliere auto geen bijtelling zou hebben? Dat hangt er vanaf, zoals we hierna zullen zien.
Hierbij speelt met name een rol of sprake is van gelijktijdig meerdere auto’s ter beschikking gesteld gekregen hebben of dat sprake is van opvolgende auto’s in dezelfde kalendermaand. We gaan hier dieper op in.

1. Met de reguliere auto wordt ook privé gereden
Voor de reguliere auto geldt dan de bijtelling.
Als er geen verdere actie onderneemt heeft de werknemer zowel de reguliere auto ter beschikking alsmede de vakantieauto. De bijtelling vind dan voor 12/12de plaats over de reguliere auto plus voor 1/12de over de vakantieauto. Voor de maand juli, in ons voorbeeld, wordt de werknemer dan geconfronteerd met een dubbele bijtelling.
Overigens dient men zich te realiseren dat de bijtellingspercentages minima zijn. Indien de inspecteur kan aantonen dat er verhoudingsgewijs veel meer privékilometers worden gemaakt, of zoals met de vakantieauto het geval zal zijn, alleen maar vakantiekilometers (en dit zijn per definitie privékilometers), heeft hij de mogelijkheid een hoger bijtellingspercentage toe te passen. In de praktijk ziet men evenwel dat niet vaak gebruik gemaakt wordt van deze mogelijkheid.
Als de auto voor de vakantiemaand wordt ingeleverd bij de werkgever, zodanig dat gesteld kan worden dat de auto voor die maand niet meer ter beschikking van de werknemer staat, kan voor die maand voor de reguliere auto de bijtelling achterwege blijven. In dat jaar vind de bijtelling dan plaats voor 11/12de over de reguliere auto plus 1/12de over de vakantieauto.

2. Met de reguliere auto wordt niet privé gereden
Er zijn werknemers die voor de reguliere auto een verklaring geen privégebruik hebben ingeleverd en, als het goed is, trouw een goede sluitende kilometeradministratie bijhouden waaruit blijkt dat ze op jaarbasis met de reguliere auto minder dan 500 km privé kilometers rijden. Voor die auto geldt dan geen bijtelling. Nu wordt er voor de maand juli een vakantieauto ter beschikking gesteld. Er zijn dan twee situaties:

  • de reguliere auto wordt niet ingeleverd en blijft ter beschikking van de werknemer;
  • de reguliere auto wordt voor die maand ingeleverd, zodanig dat hij niet meer ter beschikking van de werknemer staat.

Ad (a)
In dat geval heeft men (voor de maand juli) de beschikking over twee auto’s tegelijkertijd. De bijtelling geldt in dat geval per auto per kalenderjaar en in dat geval bekijkt men per auto of (tijdsevenredig) aan de 500 km grens wordt voldaan. Voor de reguliere auto is dat in dit voorbeeld het geval, voor de vakantieauto niet, immers alleen vakantiekilometers en dat zijn privé kilometers. De bijtelling is dan 12/12de voor de reguliere auto en omdat voor deze auto onder de 500 privékilometers gebleven wordt, is voor deze auto de bijtelling nul. Voor de vakantieauto wordt het 1/12de van de bijtelling.

Ad (b)
Indien de reguliere auto wel wordt ingeleverd, staat hij voor de vakantiemaand niet ter beschikking en dan geldt de situatie van opvolgende auto’s in hetzelfde kalenderjaar (zie hierna). Het is dan nog steeds zo dat, in ons voorbeeld, voor de reguliere auto de bijtelling plaatsvind over 11/12de en voor de vakantieauto over 1/12de, maar in dit geval verdient de toepassing van de 500 km – regel extra aandacht.

Bij opvolgende auto’s is van belang zich te realiseren dat de 500 km grens geldt per kalenderjaar. Er is bij opvolgende auto’s geen sprake van meerdere auto’s tegelijkertijd. De valkuil is dat men dan niet de 500 km per auto in aanmerking neemt, maar per kalenderjaar ten aanzien van de beschikbaar gestelde auto en dat zijn er bij opvolgende auto’s meer dan één (zie verder hierna).

Met de vakantieauto zal men al snel meer dan (1/12*500 =) 42 km. Hier is 42 kilometer de grens omdat immers de 500 km grens geldt op kalenderjaarbasis. Men zal al snel überhaupt met deze auto de 500 km grens overschrijden. Alsdan heeft men evenwel in dat kalenderjaar meer dan 500 km privé gereden en geldt alsdan voor beide auto’s voor dat jaar de volledige bijtelling, tijdsevenredig dat dan wel.
Dat is dan wel de duurdere oplossing en het is goedkoper de reguliere auto (in geval voor deze auto geldt dat bijtelling achterwege kan blijven, omdat er niet privé mee gereden wordt) niet in te leveren.

De moraal van het verhaal: besef dat de 500 kilometergrens geldt op kalenderjaarbasis! (en dat de regeling in sommige situaties lastiger is dan men wellicht denkt).

maandag 13 juli 2020